Ontmoeting met professor Thomas Seedorf

Bijgewerkt: apr 15

In het kader van mijn research naar de authentieke uitvoeringspraktijk van de Schubertliederen heb ik in november 2019 een ontmoeting belegd met prof. dr. Thomas Seedorf, hoogleraar muziekwetenschap in Karlsruhe. Zijn specialiteiten zijn de geschiedenis van de liedkunst en van de historische uitvoeringspraktijk. Bovendien is hij voorzitter van de Internationale Schubert-Gesellschaft en projectleider van de Neue Schubert-Ausgabe. Hij is ook een van de auteurs van het Schubert Liedlexikon waar ik eerder over schreef.






Een detail uit de handgeschreven partituur van Schuberts Leichenfantasie. Bron: www.schubert-online.at.



Ik wilde graag met professor Seedorf spreken over een aantal zaken waar ik tegenaan loop bij de voorbereiding en bij de opnamen van de liederen van Schubert. Ik heb natuurlijk zelf veel ideeën over hoe ik de liederen op een authentieke manier moet zingen. Immers, mijn eigen ontwikkeling als zanger is min of meer chronologisch geweest. Zeker in het begin van mijn studie en ook mijn professionele leven heb ik veel oude muziek gezongen. Sinds 1992 zong ik bij gregoriaans ensemble Hartkeriana, sinds 1994 een aantal jaren intensief bij Paul van Nevel en zijn Huelgas Ensemble. Ik heb altijd veel Monteverdi en tijdgenoten gezongen. Daarna begon ik rond 2000 Bach te zingen en zo kwam ik steeds verder in de tijd. Ik heb dus het gevoel dat ik weet hoe ik Schubert moet zingen als ik de liederen benader vanuit de 18e eeuw. Dat was een van de ideeën die ik aan professor Seedorf wilde voorleggen. Hij was het met me eens dat je de eerste liederen van Schubert, en ook nog de Schöne Müllerin, vanuit de klassieke periode moet zien. Bij de Winterreise en vooral de cyclus Schwanengesang ligt dat wel anders.


We hebben gesproken over de handschriften van Schubert (die nu zo gemakkelijk te vinden zijn via www.schubert-online.at) en de afwijkingen die er in druk zijn verschenen. Professor Seedorf zei dat Schubert vaak bij die eerste drukken betrokken was en dan ter plekke dingen veranderde. Hij zei: op dinsdag componeerde hij een lied en op donderdag bracht hij allerlei correcties aan, en een week later opnieuw. Vandaar dat er vaak verschillende versies zijn overgeleverd. Hij gaf aan dat wat er in druk is verschenen als leidraad beschouwd kan worden voor wat je er zelf mee doet. Het was in die tijd om een zekere vrijheid te nemen. De zanger Johann Michael Vogl omspeelde de noten, zong versieringen en voegde zelfs soms tussenspelen en maten toe. Het idee dat de noten die gedrukt staan heiligzijn is van veel latere datum, en gelukkig zijn we daar nu van aan het terugkomen. Overigens wordt dat nog lang niet door iedereen gewaardeerd; het ideaal van de grote cycli is voor veel mensen zo sterk met de traditie verenigd dat ze geen verandering kunnen accepteren. Hij had weleens gevraagd of ze dan ook terug wilden naar Händel en Bach zoals die in de jaren 1940 en 1950 werden uitgevoerd, maar dat wilden ze niet. Een dergelijke wende is voor de liedkunst nog steeds onvoldoende doorgevoerd.


Professor Seedorf was gelukkig de eerste die de naam Dietrich Fischer-Dieskau noemde. Hij zei dat we Schubert met de kennis van nu heel anders moeten uitvoeren. De andere integrale opname van de liederen door Graham Johnson, die van later datum is, vond hij eigenlijk al beter, maar is ook al zeker 30 jaar oud en met een moderne piano. We hadden het vervolgens over dynamiek en overal waar Schubert P, PP, en PPP schrijft. Professor Seedorf zei dat de liederen echt voor huiskamers bedoeld waren, en dat je ze ook zo moet zingen. Bovendien zei hij dat de fortepiano’s zo prachtig klinken als ze zacht spelen, wat ik helemaal met hem eens ben. Hij zei dat dat ook het commentaar op Fischer-Dieskau was, dat hij te heftig zong en teveel articuleerde. Dat is voor mij ook een goed punt om op te letten. Ik articuleer vaak teveel en een microfoon voor je neus vangt alles nog eens extra op!

Naar aanleiding van mijn vraag over een ontbrekende noot in de piano in Der Tod und das Mädchen kwamen we op de andere complete uitgave van de liederen van Schubert. De uitgave die ik gebruik is schaars met voetnoten gedocumenteerd. Bij de andere complete uitgave staat ook uitgelegd hoe ze tot bepaalde keuzes zijn gekomen. Hij raadde me aan om die uitgave te gaan bestuderen, dus ik zal me wenden tot de universiteitsbibliotheek in Utrecht.


Het leuke aan het gesprek met deze gezaghebbende muziekwetenschapper en Schubertkenner was dat hij me heel veel meer vrijheden heeft gegeven dan ik dacht te hebben. Hij zei over heel veel dingen dat er meerdere mogelijkheden zijn, en dat de opvattingen mettertijd ook zijn veranderd. Wat 50 jaar geleden werd gedaan was een tijd uit den boze en nu wordt er weer anders over gedacht. Dat geeft aan dat muziek een levende materie is: vandaag zing je het zo en volgende week wil je het helemaal anders. Professor Seedorf moedigde me aan verschillende dingen te proberen, en eigenlijk is het niet gauw te gek. Hij zei dat eigenlijk alle versieringstechnieken zoals die in de 18e eeuw gangbaar waren, ook die van Caccini vanuit Italië, nog gangbaar waren in de tijd van Schubert. Ook zouden we vooral niet moeten schromen om veel vroegere instrumenten te gebruiken, bijvoorbeeld uit de 18e eeuw. Er stonden in Schuberts tijd nog heel veel oudere instrumenten in koffiehuizen en bij mensen thuis en die werden gebruikt bij de uitvoeringen van zijn liederen. En als we in de problemen komen met de pianopartij omdat we een lagere zetting van het lied gebruiken dan kunnen we die pianopartij aanpassen door een andere en hogere zetting kiezen zodat het op dat instrument gespeeld kan worden.

Mannen- of vrouwenliederen... ook dat maakte professor Seedorf niet uit. Het is een artistieke keuze: eind 19e eeuw zongen mannen zelfs de Frauenliebe und Leben van Schumann!

66 keer bekeken
  • YouTube
  • Facebook
  • Instagram