top of page
Zoeken

Wat er allemaal nodig is om 60 minuten muziek op te nemen

Bijgewerkt op: 11 jan.

Ons grote Schubertproject vordert gestaag: we hebben al 215 liederen van Franz Schubert opgenomen. Om een idee te geven van de hoeveelheid werk die we voor ieder volume in de digitale albumreeks moeten verzetten, zal ik alle stappen van het maakproces beschrijven.

Originele fortepiano uit de collectie van Edwin Beunk

Riko Fukuda en ik hebben een methode ontwikkeld die voor ons erg goed werkt. Om logistieke redenen hebben we ervoor gekozen om de opnames per album van ongeveer 60 minuten muziek op één dag te doen. Normaal gezien neem je voor een cd van 60 minuten drie hele dagen de tijd, verdeeld in zes blokken van drie uur. Wij doen het tegenwoordig in één lang blok van ongeveer zeven uur. De voor- en nadelen hiervan zal ik in deze blog bespreken.

Om te beginnen is het een risicovolle onderneming om op deze manier te plannen, want tegenslagen en tijdverlies kunnen wij ons niet permitteren. Als een buurman bijvoorbeeld die dag heeft gekozen om zijn kozijnen te gaan behandelen met een schuurmachine zijn we de klos. Of grasmaaiers, blaffende honden, schreeuwende kinderen: dat zijn geluiden die je niet wilt horen op een opname. Duiven en andere vogels vind ik doorgaans minder storend, en die kun je zo nu en dan goed horen op onze opnames. Een ander risico is dat de zanger een dag niet goed bij stem is. Gelukkig hebben we daar niet vaak last van.

Er zijn ook voordelen. Om te beginnen zijn de kosten zijn lager omdat we minder dagen bezig zijn met opnemen. Dat werkt ook door in de montagekosten: omdat we minder opnemen, hebben we minder takes om af te luisteren. Theoretisch gezien zouden we dus ook minder cuts hoeven maken, maar omdat we het wel goed willen afleveren moeten we soms toch een aantal takes aan elkaar plakken. Van sommige liederen daarentegen kunnen we mooi één take in zijn geheel gebruiken. Daar zijn we dan altijd erg trots op!

Producenten Marius van Altena en Eugeen Liven d'Abelardo tijdens een opnamesessie

De werkwijze die we op dit moment hanteren gaat in grote lijnen als volgt. Ik kies volgens de volgorde van Baerenreiter een reeks liederen die bij elkaar opgeteld ongeveer 60 minuten duren. Ik maak daarvan zorgvuldige scans en stuur die naar alle betrokkenen. Onze producent Marius van Altena bereidt de liederen altijd uitgebreid voor. Vanuit het niets krijg ik soms een sms van hem met opmerkingen als: ‘Doe Thekla s.v.p. niet TE langzaam’ of ‘na maat 24 van (…) blijft het pp!’ of ‘Der Musensohn, veel tekst Jas!’

Voorafgaand aan de gezamenlijke repetities studeren Riko en ik afzonderlijk de liederen in. Het is moeilijk een schatting te maken van de tijd die dat kost. Het kunnen zingen en spelen van de noten is natuurlijk niet voldoende, want daarmee bereik je nog geen interessante uitvoering. We vertalen de teksten en doen onderzoek naar de oorsprong en betekenis van het lied. Ook is het interessant om na te gaan in welke periode van Schuberts leven het gecomponeerd is. Ik lees zelf altijd de uitvoerige analyse van elk lied in het Schubert Liedlexikon. Indien mogelijk bestuderen we de handschriften van Schubert zelf of van vroege kopiisten. Meestal luister ik naar andere uitvoeringen om te ervaren wat belangrijke voorgangers met hetzelfde materiaal hebben gedaan. Ik bedenk versieringen waar ik die nodig acht en soms verander ik wat noten, in lijn met de historische uitvoeringspraktijk zoals die bijvoorbeeld is omschreven door Vogl, de Schuberts favoriete zanger. Ik noteer dingen in mijn partituur, zoals bijvoorbeeld de dynamische aanwijzingen. Schubert schreef ze vrijwel uitsluitend in de pianopartij en ik noteer ze dan ook bij de zanglijn. Ik schuw ook het gebruik van emoticons niet: Happy Face, Sad Face, maar ook veel hartjes en vogeltjes als ze van toepassing zijn. Dit helpt mij met alle verschillende emoties die in een lied voorkomen.

Aantekeningen van Jasper Schweppe in een liedpartituur

Heel vaak spreek ik de tekst van het lied in het ritme van het lied. Zeker als het om snelle liederen gaat, gewoon om de woorden vloeiend te kunnen uitspreken. Soms heeft een lied veel coupletten en om het geheel natuurlijk te laten klinken, moet ik de woorden bijzonder goed kennen. Ik herinner me dat ik voor ‘Der Jäger’ uit Die schöne Müllerin menig uur heb zitten spreken. Dit doe ik heel aandachtig, zittend aan de piano en in een later stadium ook losjes als ik bijvoorbeeld de afwas doe of door de supermarkt loop. De liederen en teksten gaan dan echt onder je huid zitten. ‘Erlkönig’ is daar een goed voorbeeld van. Voor de luisteraar is dat een indrukwekkend lied, maar ik kan je verzekeren dat het voor de uitvoerder hetzelfde is. Het studeren van ongeveer 60 minuten muziek neemt zo vele uren in beslag.

De opname van het lied 'Erlkönig' in 2019

Riko en ik kiezen in de periode voorafgaand aan de opname zes dagen waarop we samen gaan repeteren. Die repetities vinden plaats in Enschede tussen 11 uur en half 4 met tussendoor een gezellige lunch. Veel tijd spenderen we aan het uitwisselen van onze gedachten over de teksten. De liederen zijn altijd gecomponeerd op interessante poëzie, die veel verschillende interpretaties toelaat. Is het een eenvoudig gedicht over het voorjaar of over de liefde, of zitten er verborgen politieke, of zelfs homo-erotische boodschappen in?

Het heerlijke aan de repetities met Riko is dat we daar muzikaal heel gedetailleerd te werk kunnen gaan. We hebben meestal dezelfde ideeën over de muziek, maar soms springt ze op van de pianokruk om duidelijk te maken hoe zij het graag zou willen hebben. Een kleine vertraging voor een grote sprong of juist doorgaan in tempo, geen messa di voce... De opmerking die ik ook vaak tegen leerlingen maak: ‘zing als een tweede stem’, is misschien wel haar mooiste aanwijzing. Het zijn altijd bijzonder inspirerende sessies en we ontdekken steeds meer details en kleur in de composities van Schubert. We zijn nog niet één lied tegengekomen dat niet de moeite waard was.

Daags voor de opname wordt de piano in het atelier van Edwin Beunk uitgebreid getest en geprepareerd. Het gaat om vleugels van 200 jaar oud, en die hebben soms wat hulp nodig. Natuurlijk wordt de piano nauwkeurig gestemd op A 430 hz. De opnamedag zelf gaat snel en is in een aantal uur voorbij. Onze vaste technicus Jan Steenbeeke komt met zijn techniekwagen rond 9 uur en zet zes microfoons neer: twee voor de piano, twee voor de stem en twee in de ruimte. Er is een camera en een monitor zodat hij vanuit de wagen kan zien wat er in de studio gebeurt en met ons kan communiceren. Rond half 11 uur beginnen we de microfoonbalans te maken en we starten rond 11 uur met het opnemen van het eerste lied. De beide producenten Eugeen Liven d’Abelardo en Marius van Altena coachen ons om tot een beter resultaat te komen. Het komt bijvoorbeeld voor dat we haasten of vertragen, of de dynamiek onvoldoende respecteren zonder dat we dat zelf doorhebben. Hun opmerkingen zijn onmisbaar voor het gehele proces.

Na de opnamesessie neem ik meestal wat afstand van het materiaal. Vaak moeten we ook alweer door met studeren en repeteren voor de volgende sessie. Meestal stuurt technicus Jan mij de ruwe opnames een aantal weken na de opname om af te luisteren en keuzes te maken. We hebben meestal een aantal hele takes van het lied en wat korte correcties. Ik moet heel aandachtig luisteren of alle noten van Riko goed klinken, of mijn stem goed klinkt en of er geen storende bijgeluiden zijn. Ik schrijf dan alles op en dat ziet er ongeveer zo uit voor bijvoorbeeld het lied ‘Der Einsame’:

Der Einsame op. 41

Take 2 derde herstart maat 1 tot 18

Take 3 maat 18 tot 53

Take 4 correctie maat 53 tot 55 2e tel

Take 6 maat 55 3e tel tot 59

Take 3 maat 59 tot eind

Als ik van alle liederen deze informatie heb verzameld, spreek ik af met Jan om de liederen in zijn studio te monteren. Het knippen en plakken is een soort sport. Ik heb soms momenten gekozen die helemaal niet goed te combineren zijn; de dynamiek komt bijvoorbeeld niet overeen, of het tempo is zo verschillend dat plakken niet mogelijk is. Soms moeten we echt kunst- en vliegwerk toepassen om één noot van Riko te corrigeren, of om één verkeerde S of N in een woord van mij te editen. Maar wat altijd voorop staat is, dat we een knip niet willen horen. Het is een tijdrovende toestand; meestal hebben we er twee dagen voor nodig.

Jan Steenbeeke monteert de opnamen

Als deze eerste edit is gemaakt, stuur ik de bestanden door naar Riko. Zij luistert zeer nauwkeurig en komt terug met correcties. Deze variëren zeer; het kan zijn dat het helemaal goed is, maar soms is ze helemaal niet gelukkig en dan gaan Jan en ik opnieuw de studio in. Als de montage daarna is afgerond gaat Jan de final mix maken. Dit betekent dat hij de klank van de opnames helemaal perfectioneert. Je kunt dit het beste doen met frisse oren, dus in de ochtend, en zeker geen uren achter elkaar. Het is heel specialistisch werk, maar het werpt altijd zijn vruchten af. Als laatste check neemt hij de opname mee naar de grote studio van RTV Oost om het daar, soms met collega’s, op high end apparatuur af te luisteren.

Ik heb tegen die tijd de titels en nummering doorgegeven aan de platenmaatschappij. Etcetera maakt het ontwerp van de albumcover en als Jan de final edit heeft opgestuurd staat de opname daarna vrij snel online op alle streamingplatforms.

Hopelijk geeft deze beschrijving een idee van al het werk dat er door een aantal mensen wordt verzet voor het realiseren van één volume in onze digitale albumreeks met alle Schubertliederen. Benieuwd naar het resultaat? Beluister hier de eerste vijf delen van de albumreeks.

75 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
bottom of page