Zoeken

Fortepiano’s en hun pedalen

Bijgewerkt op: 22 mrt.

Mijn eerste artikel over de fortepiano op dit blog ging over de pianokeuze voor de Schubertliederen; het ging daarbij vooral over de omvang van het klavier die anders was dan bij moderne vleugels. Bij moderne vleugels is de klavieromvang nooit een issue bij de pianokeuze: moderne vleugels met 88 toetsen omvatten de noten van alle pianomuziek. Hun notenbereik is zelfs groter dan dat van een groot symfonieorkest. Maar wat de fortepiano’s uit Schuberts tijd méér hebben dan moderne vleugels? Dat zijn onder andere de pedalen.

Op deze foto’s staat de Ehlers-vleugel uit 1815 die ik bespeelde o.a. voor de opname van Erlkönig D 328. Het bouwjaar staat duidelijk op het schilderij, links van het klavier, hierboven afgebeeld met behulp van een digitaal vergrootglas. Er staat: “Gezeichnet von Joseph Rabel in Wien 1815”. Aan de rechterkant van het klavier, gesigneerd op een rotsblok: Joachim Ehlers, de naam van de pianobouwer.

Er was een periode in de Weense pianobouwgeschiedenis, ongeveer tussen 1810 en 1840, waarin instrumenten meerdere pedalen kregen. De Ehlers op deze foto heeft vijf pedalen, maar er waren ook vleugels met wel zeven pedalen. Waarvoor dienden deze pedalen? Daarover gaat deze bijdrage.


1. Verschiebung of una corda

Dit is het pedaal helemaal links. Ik zal dit in het Duits Verschiebung-pedaal noemen want dat is wat het doet. Net als het linkerpedaal bij de moderne vleugel, laat dit pedaal het hele mechaniek met de hamers mee naar rechts schuiven. In de normale stand slaat iedere hamer drie snaren. Doordat de mechaniek naar rechts schuift, slaat iedere hamer dan maar twee snaren aan, waardoor de klank ietsje zachter en dunner wordt. Ik gebruik de term una corda niet graag, want dit betekent letterlijk 'één snaar', terwijl dit pedaal (ook bij de moderne vleugel) het mechaniek tot twee snaren verschuift.


2. Fagot

Het tweede pedaal van links beweegt een houten lijst die boven de bassnaren gemonteerd is. Onder dit profiel hangt een strook papier die bij indrukken van het pedaal op de bassnaren geduwd wordt. Dat zorgt voor een soort fagotgeluid. Je kunt dit geluid voorstellen wanneer je een papier tegen je lippen strak houdt en blaast: buz buz buz buz

In het lied Erlkönig razen de vader en de zoon het hele stuk door op een paard. De ritmische baslijn geeft het voortdravende paard weer terwijl de unheimisch zachte stem van de Erlkönig fluistert in de oren van het kind: “Du liebes Kind, komm, geh mit mir! Gar schöne Spiele spiel ich mit dir”. Schubert schreef hier ppp (pianississimo). De combinatie van fagotpedaal en Verschiebung-pedaal is ideaal om dit tafereel te verbeelden.


4. Moderator

Voordat ik het middelste pedaal bespreek, nu eerst even nummer 4, het moderatorpedaal. Dit werkt net zoals het studiepedaal van de moderne piano. Let op: niet een moderne vleugel, maar een piano. Wanneer dit pedaal ingedrukt is, komt er een reep zachte stof tussen de snaren en de hamers. Het effect is een zachte fluwelen klank. In Weense piano’s is het als een register, niet als studiepedaal bedoeld.

Het verschil in volume is zo groot dat je dit pedaal niet kunt gebruiken om geleidelijk crescendo of diminuendo te maken maar juist wanneer de muziek vraagt om een echo als een blokje. Bijvoorbeeld bij Der Lindenbaum uit Winterreise D 911. De zangtekst van dit beroemde lied begint met “Am Brunnen voor dem Tore, da steht ein Lindenbaum”. De inleiding door de piano schetst het decor van dit stuk en beeldt het zachte kabbelende water uit. De ik-persoon staat dromend aan de bron. In de blauw omlijnde vakken in de bladmuziek gebruikte ik het moderatorpedaal.

Een ander voorbeeld is Des Baches Wiegenlied uit Die schöne Müllerin D 795. Dit laatste lied van de cyclus is een wiegelied: “Gute Ruh, gute Ruh! Tu die Augen zu!” De ik-persoon heeft veel meegemaakt: wandelend aankomen bij de molen, verliefd op de mooie molenaarsdochter, de jaloezie op de jager, het meisje houdt van hém. Zijn liefde is hopeloos maar dan, in het laatste lied, komt er uiteindelijk rust. Slaap zacht. De begeleiding door de fortepiano verbeeldt de deinende beweging van de wieg en moet vooral heel zacht klinken. Het moderatorpedaal voldoet hier aan alle muzikale eisen.

Overigens, zowel bij de Winterreise als ook bij Die schöne Müllerin heb ik niet op deze Ehlers-vleugel gespeeld maar op een iets later instrument van Conrad Graf. Ook dit instrument heeft een moderatorpedaal dat op dezelfde manier werkt als bij de Ehlers.

3. Fortepedaal (demperpedaal)

Dit kent iedereen als het rechterpedaal van de moderne vleugel en piano. Dit pedaal laat de dempers optillen zodat alle snaren vrij komen te klinken. De volgorde van de pedalen hier is merkwaardig. Het fortepedaal zit in het midden, links van het moderatorpedaal.


De foto hier rechts is van een latere vleugel (Blüthner 1867). Hier heb je twee pedalen, net als bij moderne vleugels. Dan weet iedereen die piano speelt: de rechtervoet bedient het fortepedaal en de linkervoet het zachte pedaal (una corda). Ook op de Ehlersvleugel speel je normaal gesproken met de rechtervoet op het fortepedaal, maar dit zit in het midden van de vijf pedalen. Hoe moet het dan met de andere twee pedalen aan de rechterkant? Voeten schuiven? Als je de moderator wilt gebruiken, moet je het fortepedaal ineens met links bedienen. Alsof je in een auto rijdt waar koppeling en rem ineens zijn omgekeerd!

Ik heb een theorie. Deze volgorde van pedalen is mogelijk bedoeld om quatre-mains te spelen. De ene pianist bedient dan de drie linkerpedalen en de ander de twee rechter (moderatorpedaal en trommel & bellen). Uit die periode is veel quatre-mains literatuur overgeleverd. Vooral bewerkingen van symfonieën en opera-ouverturen waren erg geliefd. Dan is het heel leuk om zulke orkeststukken met trommels, cimbalen en fagot te spelen. Schubert heeft ook veel quatre-mains muziek geschreven. Op sommige momenten in zijn stukken kunnen deze pedalen ook gebruikt worden.


5. Trommel, cimbaal en bellen : Janitsaren-pedaal

Een grote klopper voor de trommel zit verstopt onder de zangbodem. Als je dit pedaal intrapt, slaat de hamer onder tegen de zangbodem: BOEM!! Tegelijkertijd slaan kleine metalen hamertjes op de bellen.

Wanneer je dit pedaal heel licht induwt, klinken alleen belletjes. Het is wel een ontzettend delicate zaak. Als je iets te hard en te diep trapt, dan slaat ook de trommel. Ik gebruikte dit pedaal bijvoorbeeld in Morgenlied D 685 en Ariette D 797.

Dan is er nog de cimbaal, een staafje messing dat wordt bediend met hetzelfde pedaal en op de lage bassnaren slaat. De metalen hamertjes van de bellen zitten eraan vast. Je hoort de cimbaal niet als de dempers op de snaren liggen, maar wanneer het fortepedaal ook ingedrukt is, klinkt het als een cimbaal. Een voorbeeld is Gruppe aus dem Tartarus D 583. Ik heb in dit stuk de cimbaal gebruikt, niet om te slaan maar om een effect te krijgen alsof je een cimbaal met metalen kwast slaat.

Op www.fortepiano.nl/joachim-ehlers-vienna-1815 kunt u een muziekvoorbeeld met al deze pedaaleffecten beluisteren.


Deze pedalen van de Ehlers-vleugel komen veel voor bij de Weense fortepiano’s uit Schuberts tijd. De Conrad Graf die ik gebruikte voor de Schubert-opnames heeft ook meerdere pedalen, maar geen Janitsaren-pedaal. Na 1830 raakten zulke pedalen langzamerhand uit de mode en na ca. 1840 hebben piano’s over het algemeen nog maar twee pedalen: Verschiebung en het fortepedaal.

Schubert was zeker bekend met al die pedalen, maar in de muziek zelf worden er vrijwel nooit aanwijzingen over gegeven. Wanneer en waar deze pedalen gebruikt kunnen worden, wordt aan de pianisten overgelaten.

Binnenkort verschijnt een reeks films over de geschiedenis van de fortepiano op het YouTube-kanaal van de Edwin Beunk Collection. In de aflevering getiteld "Joachim Ehlers" kunt u dan de uitleg over de pedalen bekijken.



104 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven